• Nieuws

Wandelen met de hond: wel of niet aan de lijn?

Auteur: Vlaamse gedragsdierenartsen – VDWE (Vlaamse Diergeneeskundige Werkgroep Ethologie)

Vrij kunnen bewegen, snuffelen en zelf keuzes maken draagt bij aan het welzijn van een hond. Toch is los wandelen in Vlaanderen op veel plaatsen niet toegestaan. Hoe verzoenen we de behoeften van de hond met veiligheid, natuurbehoud en verantwoordelijkheid?

1. De huidige situatie in Vlaanderen

Wie zijn hond graag vrij laat bewegen, merkt al snel dat de mogelijkheden in Vlaanderen beperkt zijn. Het beleid kiest sterk voor aanlijnen en verwijst eigenaars voor loslopen hoofdzakelijk naar afgebakende hondenzones. Dat is vanuit controle en risicobeperking begrijpelijk, maar roept ook de vraag op of zulke zones voldoende tegemoetkomen aan de bewegings-, exploratie- en keuzevrijheid van iedere hond.

“Een hond moet in België op openbare plaatsen altijd aan de lijn” is een vaak gehoorde samenvatting, maar juridisch is de werkelijkheid genuanceerder. Er bestaat geen eenvoudige, uniforme Belgische aanlijnregel die voor iedere openbare plaats hetzelfde is. Op straten, pleinen en andere publiek toegankelijke plaatsen zijn vooral de lokale politiereglementen bepalend. Veel steden en gemeenten leggen daar een algemene aanlijnplicht op, doorgaans met uitzondering van officieel aangeduide losloopzones. Soms wordt zelfs een korte leiband voorgeschreven. Wie met de hond op stap gaat, moet dus de plaatselijke regels kennen.

Voor Vlaamse bossen en natuurgebieden is het kader duidelijker. Het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toegankelijkheid van bossen en natuurreservaten bepaalt dat honden er aan de leiband moeten blijven en de wegen niet mogen verlaten. Uitzonderingen gelden onder meer in aangeduide hondenzones en voor enkele specifiek omschreven activiteiten, zoals bepaalde vormen van jacht, het hoeden van schaapskuddes en trainingen door operationele diensten. 

Overtredingen kunnen worden bestraft via lokale GAS-reglementen. Het concrete bedrag hangt af van het toepasselijke reglement en de omstandigheden. De wettelijke maximale GAS-boete is recent verhoogd tot 500 euro voor meerderjarigen maar dat hoeft niet te betekenen dat elke loslopende hond automatisch een boete van 500 euro oplevert. De lijn biedt de overheid een eenvoudige, controleerbare veiligheidsnorm. Voor eigenaars en dierenartsen blijft echter de vraag of een leven waarin de hond buiten vrijwel voortdurend is aangelijnd voldoende aansluit bij zijn welzijnsbehoeften.

2. De wandeling door hondenogen

Dierenwelzijn kan worden bekeken vanuit vijf domeinen: voeding, fysieke omgeving, gezondheid en gedragsinteracties beïnvloeden samen het vijfde domein, de mentale of affectieve toestand van het dier. Tijdens een wandeling komen verschillende domeinen tegelijk samen. De hond beweegt, verwerkt geuren en beelden, onderzoekt zijn omgeving en ontmoet mogelijk mensen, honden of andere dieren.

Voor mensen is wandelen met de hond soms vooral functioneel: urineren, defeceren en even de poten strekken. Anderen koppelen er hun eigen sportactiviteit aan, van stevig doorwandelen tot joggen. De hond beleeft diezelfde wandeling anders. Welke hond of welk ander dier is hier gepasseerd? In welke toestand verkeerde het? Is er iets veranderd in het gezamenlijke territorium? Wie ontmoeten we: vriend, onbekende of mogelijke bedreiging? Veel observeren en snuffelen is nodig om die informatie te verzamelen.

De neus is daarbij het primaire informatiekanaal. Alle geursporen onderweg vormen als het ware een “hondenkrant”. Wanneer een hond telkens halverwege het lezen wordt meegetrokken, kan dat frustratie veroorzaken en verdwijnt een belangrijk deel van de verrijking. Een trage snuffelwandeling, waarbij de hond tijd krijgt om informatie te verzamelen, is daarom geen verloren wandeling – ook wanneer er relatief weinig kilometers worden afgelegd.

Ook het bewegingsritme verschilt. Mensen wandelen doorgaans vrij gelijkmatig, terwijl honden van geur naar geur bewegen: even blijven staan, achterop raken, versnellen en opnieuw vooruitlopen. In een gps-studie bij vrij wandelende honden legden de honden een langere afstand en een hogere snelheid af dan hun eigenaars, met duidelijke individuele verkenningspatronen. De meeste bleven tijdens die onderzochte wandelingen wel binnen een straal van 150 meter van hun begeleider. Los wandelen gaf hun de mogelijkheid zelf snelheid, afstand en onderzoeksmomenten te bepalen.

Die autonomie of zelfbeschikking is een wezenlijk onderdeel van welzijn. Zelf mogen kiezen hoelang een geur wordt onderzocht, welke veilige route wordt genomen of wanneer men de begeleider weer inhaalt, kan het zelfvertrouwen ondersteunen. Toch staat “aan de lijn” niet automatisch gelijk aan slecht welzijn en “los” niet automatisch aan goed welzijn. Met een voldoende lange lijn kan een hond veel snuffel- en keuzevrijheid krijgen, al blijft zijn bewegingssnelheid begrensd. Een lange lijn kan bovendien korter worden genomen wanneer de situatie daarom vraagt; met een korte lijn kan men niet plots meer vrijheid geven.

Wat passend is, verschilt per ras, leeftijd, gezondheid, temperament, ervaring en individu. Een jonge, energieke hond heeft andere bewegingsbehoeften dan een senior; bij sommige jachthonden spelen exploratie- en bewegingsdrang sterker, terwijl andere honden juist baat hebben bij nabijheid en voorspelbaarheid. Niet iedere hond verlangt naar sociale contacten met onbekende soortgenoten. De kwaliteit van de wandeling moet daarom worden afgestemd op déze hond, niet op een algemeen ideaalbeeld.

Dat vraagt ook aandacht van de mens. Wandelen terwijl men voortdurend op de smartphone kijkt, maakt het moeilijk om snuffelhaltes, spanning of naderend sociaal contact tijdig op te merken. Een strak traject aan een korte lijn naast de knie kan nuttig zijn als aangeleerde oefening, maar vraagt concentratie en is niet hetzelfde als een ontspannende wandeling. Ook een lange babbel met de buur is voor de hond niet noodzakelijk verrijkend wanneer zijn belangstelling na de begroeting duidelijk is verdwenen. Wandelen met de hond gebeurt in de eerste plaats voor de hond; de behoeften van de begeleider komen tijdens minstens een deel van die wandeling op de tweede plaats.

3. Losloopweides: oplossing of compromis?

Losloopzones worden vaak beschouwd als een praktisch compromis tussen de behoefte aan bewegingsvrijheid en de noodzaak om publieke ruimtes veilig en toegankelijk te houden. Ze kunnen een waardevolle aanvulling zijn op het dagelijkse bewegings- en verrijkingsaanbod. Toch is een hondenweide geen neutrale omgeving en evenmin voor elke hond de beste oplossing. Onbekende honden, uiteenlopende sociale vaardigheden en wisselende drukte creëren een dynamiek waarin zowel positieve als negatieve interacties kunnen ontstaan.

Observatieonderzoek in een publiek loslooppark laat zien dat honden er uiteenlopende vormen van sociaal gedrag vertonen. Dat contact kan waardevol zijn, maar samenzijn met soortgenoten is niet voor iedere hond een behoefte en veel sociaal contact is niet noodzakelijk beter. Sommige honden verkiezen exploratie van de omgeving boven interactie. In een kleine omheinde zone is sociale nabijheid echter moeilijk te vermijden en kan een hond niet altijd zelf de gewenste afstand bepalen.

Een hoge hondendichtheid op een beperkte oppervlakte vergroot daardoor het risico op conflicten, overprikkeling en ongewenste sociale ervaringen. Vooral jonge, angstige of sociaal minder vaardige honden kunnen onder druk komen te staan. Ook verschillen in lichaamsgrootte, spelstijl, snelheid en opwinding kunnen een interactie doen ontsporen, zonder dat een van de betrokken honden in de gebruikelijke betekenis agressief is.

Daarnaast zijn er gezondheidsrisico’s. Door direct contact en gedeeld gebruik van de bodem kunnen infectieuze agentia en parasieten worden overgedragen. Onderzoek naar fecale contaminatie in stedelijke parken toont aan dat hondenzones gemiddeld sterker met hondenfeces gecontamineerd kunnen zijn dan zones waar honden aan de lijn worden gehouden. Dat onderstreept het belang van hygiëne, het opruimen van feces en een doordacht beheer, zonder dat dit op zichzelf een argument vormt om losloopzones af te wijzen.

Een systematische review toont aan dat het ontwerp en beheer van losloopzones een belangrijk verschil kunnen maken. Voldoende oppervlakte en een relatief lage hondendichtheid verminderen de gedwongen nabijheid. Goede zichtbaarheid helpt eigenaars om hun hond te volgen, terwijl meerdere toegangen en uitwijkmogelijkheden voorkomen dat honden bij één poort samendrommen of zich ingesloten voelen. Vegetatie, wandelpaden en verspreide gebruikszones bieden variatie en stellen honden beter in staat om sociale interacties zelf te sturen. Ook gescheiden zones voor grote en kleine honden worden in de literatuur geregeld aanbevolen.

Vanuit welzijnsperspectief lijken grotere, natuurlijk ingerichte losloopgebieden daarom beter aan te sluiten bij hondse gedragsbehoeften dan kleine, kale en drukbezochte weides. In een groter gebied kan een hond niet alleen rennen, maar ook wandelen, snuffelen, afstand nemen en opnieuw toenadering zoeken. De kwaliteit van de ervaring wordt dus niet bepaald door de omheining of het loutere feit dat de lijn af mag, maar door de keuzemogelijkheden die de omgeving werkelijk biedt.

Naast infrastructuur is het gedrag van de begeleiders cruciaal. Conflicten ontstaan vaak niet omdat honden agressief zijn, maar omdat subtiele signalen van spanning, onzekerheid of overprikkeling niet tijdig worden herkend. Eigenaars overschatten soms de sociale vaardigheden van hun hond of interpreteren stresssignalen als spel. Een hond die wegkijkt, verstijft, overmatig hijgt, voortdurend wordt gevolgd of herhaaldelijk afstand probeert te creëren, geeft mogelijk aan dat de situatie minder aangenaam is dan ze lijkt.

Een losloopweide functioneert daarom het best wanneer eigenaars actief betrokken blijven, hun hond observeren en bereid zijn een interactie te onderbreken of de zone te verlaten. Beheer zou niet alleen moeten inzetten op omheiningen, poorten, afvalbakken en onderhoud, maar ook op educatie. Informatieborden en gedragsgerichte sensibilisatie kunnen helpen om lichaamstaal beter te herkennen, wederkerig spel van intimidatie te onderscheiden en tijdig in te grijpen. De kwaliteit van een hondenweide wordt uiteindelijk evenzeer bepaald door de kennis en verantwoordelijkheid van de gebruikers als door het terrein zelf.

4. Verantwoord loslopen als alternatief?

Gaan de beperkingen voor honden stilaan te ver? Evolueren we naar een situatie zoals in Parijs, waar honden slechts in een beperkt deel van de parken en groenzones welkom zijn en daar doorgaans aangelijnd op de paden moeten blijven? Of naar bepaalde Nederlandse natuurgebieden waar honden, ook aan de lijn, in sommige zones of periodes niet meer toegelaten zijn? Ook in Vlaanderen worden de mogelijkheden om een hond vrij te laten bewegen steeds beperkter. Dat is begrijpelijk vanuit de bescherming van andere bezoekers, wilde dieren, grazers en kwetsbare natuur. Tegelijk rijst de vraag of een algemene aanlijnplicht, met kleine omheinde losloopweides als voornaamste alternatief, voldoende rekening houdt met de bewegingsvrijheid, exploratiebehoefte en autonomie van honden.

Een mogelijk alternatief is niet onbeperkt loslopen, maar verantwoord loslopen: meer vrijheid voor honden die dat aankunnen, onder begeleiding van eigenaars die hun dier kennen, hun dier kunnen bijsturen waar nodig en rekening houden met hun omgeving. Daarbij is niet alleen van belang of de hond aangelijnd is, maar vooral of de begeleider hem daadwerkelijk onder controle heeft en voorkomt dat hij mensen, dieren, natuur of eigendom hindert of schade berokkent. Eventueel zou een soort losloopdiploma kunnen aantonen dat zij aan vooraf bepaalde voorwaarden voldoen. Zo’n systeem bestaat vandaag niet als algemene wettelijke uitzondering en zou nog heel wat vragen oproepen over criteria, controle, handhaving en aansprakelijkheid. Als denkoefening maakt het wel duidelijk dat vrijheid en verantwoordelijkheid niet noodzakelijk elkaars tegenpolen zijn.

Ook de Facebookgroep Verantwoord(elijk) Los pleit voor meer vrijheid tijdens het wandelen met de hond. De groep wil mee een stem geven aan het welzijn en de behoeften van honden en vertrekt daarbij niet van grenzeloos loslopen, maar van vrijheid met respect voor mens, dier, natuur en eigendom. Waar de omstandigheden of de geldende regels dat vereisen, wordt de hond aangelijnd.

Verantwoord loslopen begint bij een goede kennis van de eigen hond. De hond moet betrouwbaar terugkomen, zichtbaar en onder controle blijven en mag mensen of dieren niet ongevraagd benaderen. De begeleider moet hem onmiddellijk kunnen aanlijnen bij verkeer, wild, vee, kinderen, aangelijnde honden of wanneer een andere wandelaar daarom vraagt. Ook de omgeving en het moment spelen een rol: wat op een open en overzichtelijke plek verantwoord kan zijn, is dat mogelijk niet nabij een weg, in kwetsbare natuur, tijdens het broedseizoen of op een druk wandelpad.

Niet iedere hond kan of wil veilig loslopen. Voor die honden kunnen een lange lijn, gevarieerde snuffelwandelingen, zoekwerk en voldoende ruime, goed ingerichte omheinde terreinen veel autonomie en verrijking bieden. De centrale vraag is daarom niet eenvoudigweg “aan de lijn of los?”, maar welke combinatie van vrijheid, veiligheid en begeleiding deze hond, op deze plaats en op dit moment, het beste welzijn biedt zonder anderen te hinderen of te schaden.

We beseffen dat dit onderwerp heel beladen kan zijn en voor veel discussie vatbaar is. Dit artikel wil daarom niet alleen stof tot nadenken bieden, maar ook uitnodigen om het gesprek aan te gaan: met collega’s, met hondeneigenaars en – waarom niet? – met de politiek. Samen kunnen we onderzoeken hoe we bewegingsvrijheid, welzijn en verantwoordelijkheid beter met elkaar kunnen verzoenen.

Nuttige sites voor correcte gedragsinfo

Vlaamse gedragsdierenartsen (VDWE). https://www.vdwe.be/
European Society of Veterinary Clinical Ethology (ESVCE). https://www.esvce.org/

Bronnen

1. Vlaamse Codex — Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toegankelijkheid van bossen en natuurreservaten, art. 3. https://codex.vlaanderen.be/portals/codex/documenten/1017541.html
2. Agentschap voor Natuur en Bos — Hond aan de lijn, ’t zal wel zijn. https://natuurenbos.be/campagnes/hond-aan-de-lijn-t-zal-wel-zijn
3. Agentschap voor Natuur en Bos — Hondenzones. https://natuurenbos.be/activiteiten/hondenzone
4. Facebookgroep Verantwoord(elijk) Los. https://www.facebook.com/groups/2799629923427581
5. GPS-studie naar het bewegings- en verkenningsgedrag van vrij wandelende honden. https://www.esaat.org/wp-content/uploads/2022/01/10.11648.j.avs_.20210906.14-1-2.pdf
6. Lee H, Shepley M, Huang CS. Benefits and Conflicts: A Systematic Review of Dog Park Design and Management Strategies. Animals. 2022;12(17):2251. https://doi.org/10.3390/ani12172251
7. Nesbitt L, Hotte N, Barron S, et al. Fecal contamination of urban parks by domestic dogs and tragedy of the commons. Scientific Reports. 2023;13:3508. https://doi.org/10.1038/s41598-023-30225-7
8. Howse MS, Anderson RE, Walsh CJ. Social behaviour of domestic dogs in a public off-leash dog park. Behavioural Processes. 2018;157:691–701. https://doi.org/10.1016/j.beproc.2018.03.016