Op 25 september 2026 verschenen er twee nieuwe Koninklijke Besluiten in het Belgisch Staatsblad die de wetgeving rond de identificatie en registratie van dieren grondig wijzigen. Belangrijke nieuwigheid voor de praktijk: de komst van officiële, erkende injecteerbare transponders en nieuwe opties voor hobbydieren.
Hieronder zetten we de belangrijkste punten voor u als dierenarts op een rij.
1. Wat veranderen de nieuwe KB's?
De publicatie van de KB’s van 3 september 2026 brengt twee grote pijlers met zich mee:
- KB 1 (van 3 september 2026 betreffende de erkenning van niet-visuele identificatiemiddelen): Regelt de officiële erkenning van injecteerbare transponders.
- KB 2 (van 3 september 2026 betreffende de identificatie en de registratie van bepaalde dieren met niet-visuele identificatiemiddelen): Regelt het correcte gebruik van deze erkende transponders door de erkende dierenarts.
Voor welke diersoorten geldt een officiële identificatie?
De wetgeving inzake officiële identificatie is van toepassing op de volgende 11 diersoorten:
- Landbouwhuisdieren en nutsdieren: paarden, runderen, varkens, schapen, geiten, hertachtigen en kameelachtigen.
- Gezelschapsdieren en overige: honden, katten, fretten en papegaaiachtigen.
Vandaag gebeurt deze officiële identificatie via erkende oormerken of via (nog niet-erkende) injecteerbare transponders.
Wat verandert er aan de transponders zelf?
- Huidige situatie: Huidige (niet-erkende) transponders hebben een identificatienummer dat begint met een fabrikantencode (9xx).
- Nieuwe situatie: Erkende transponders zullen starten met “056” (de ISO-landencode voor België) in plaats van de fabrikantencode.
- Beschikbaarheid: Momenteel zijn er in België nog geen injecteerbare transponders erkend. Zodra dit het geval is, publiceert het FAVV een overzicht op haar website met de erkenningsnummers, gekoppeld aan de fabrikant- en productcodes van ICAR (www.icar.org). Zodra ze erkend zijn, kunnen leveranciers en erkende dierenartsen zich hiermee bevoorraden voor de dieren waarvoor ze vandaag al transponders gebruiken (zoals paarden, honden, katten, enz.).
2. Overgangsperiode en stockbeheer
Het is momenteel niet verboden om uw huidige stock aan niet-erkende transponders op te gebruiken of bij te bestellen. We raden u echter sterk af om vanaf heden nog grote voorraden aan te leggen.
- Vanaf 1 januari 2028 mogen bij de diersoorten waarvoor een injecteerbare transponder wordt gebruikt voor de officiële identificatie, enkel nog erkende transponders worden gebruikt.
- Traceerbaarheid: Zowel leveranciers als dierenartsen zullen in de distributieketen een register moeten bijhouden van deze transponders. Het FAVV communiceert hierover in de komende maanden meer details.
3. Nieuw voor hobbydieren (schapen, geiten en varkens)
Het tweede KB brengt goed nieuws voor hobbyhouders. Houders van schapen, geiten en varkens mogen voortaan kiezen voor enkel een erkende injecteerbare transponder in plaats van oormerken voor de officiële identificatie van deze dieren, op voorwaarde dat zij aan volgende regels voldoen:
- Recreatieve houderij: De dieren mogen uitsluitend gehouden worden voor recreatieve doeleinden.
- Geen voedselketen: Het beslag wordt geregistreerd als recreatieve houderij. Dit betekent dat de dieren op geen enkel moment in de voedselketen mogen worden aangeboden of hierin enige activiteit mogen hebben. Uitwisseling is enkel toegestaan naar/met gelijkaardige recreatieve houderijen.
- (Dit principe gold al voor hertachtigen en kameelachtigen; runderen blijven voor deze optie momenteel uitgesloten).
