De losse handjes van de dierenbeul

10-09-2018

Komt een man bij de dierenarts met zijn kleine shih tzu, een lief hondje met platte snoet en lange, zachte haren. “Alweer een ongelukje gehad”, verzucht het baasje. Het is niet de eerste keer dat zijn viervoeter van de sofa is gevallen of tegen een deur is aan geknald. Onhandig hondje, niet? Tot een röntgenfoto de ware toedracht blootlegt. Dertig botbreuken telt de dierenarts, in verschillende stadia van genezing. Niks onhandig. Het hondje, een boksbal op gekneusde pootjes, wordt thuis met de regelmaat van de klok geschopt, geslagen of - als het baasje echt kwaad is - tegen een harde betonnen paal aangetrokken.

Elke maand nemen de inspecteurs van de Vlaamse dierenpolitie zo’n 200 mishandelde of verwaarloosde dieren in beslag. Schoppen, slaan, verdrinken, verbranden: verhalen over hoe baasjes met hun dieren omgaan, lezen vaak als pure horror. Herinner u de poes Sprotje uit Kortrijk: op een feestje begin deze zomer eerst als voetbal gebruikt en daarna in een verschroeiend hete oven gestopt. Dat de kat het overleefde, ondanks alle brandwonden en bloedingen, mag een mirakel heten.

Dierenrechtenorganisatie GAIA en stad Kortrijk dienden samen een klacht in tegen de dierenbeul. De jongeman, die niet de minste blijk gaf van spijt, riskeert maximaal zes maanden cel, 16.000 euro boete en een levenslang verbod op het houden van dieren.

Gastgezin voor huisdieren

Waar dieren worden mismeesterd, kunnen ook mensen in gevaar zijn. En omgekeerd. De Vlaamse dierenartsenkoepel SAVAB en de diergeneeskundige werkgroep VDWE hielden in mei nog een studiedag over de link tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld. “Het besef begint te leven dat we als dierenartsen ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen”, vertelt Christine Halsberghe, dierenarts in Kortrijk en als VDWE-voorzitter een van de drijvende krachten achter het symposium.

”Een dier is een deel van het gezin. Loopt er iets verkeerd binnen de familie, dan is het huisdier daar vaak ook slachtoffer van. Of een signaal daarvan.”

Zo liep er een tijdje geleden een opmerkelijke sensibiliseringscampagne in de VS. Die toonde een vrouw die met haar hond bij de dierenarts komt. De hond met een gebroken poot, de vrouw met een blauw oog. Amerikaans onderzoek bevestigt dat beeld: in gezinnen waar Fifi of Fluffy geregeld een trap krijgt, delen dikwijls ook de partner of de kinderen in de klappen.

Ook tragisch, zo geven experts aan: niet zelden is het huisdier zelf een stok achter de deur. Als middel voor emotionele chantage. Denk aan een man met losse handjes die zijn vrouw afdreigt: ‘Als jij weggaat, doe ik de hond iets aan.’ Christine Halsberghe: “In de meeste van onze vluchthuizen kunnen vrouwen en kinderen niet met hun huisdier terecht. Dat is een groot pijnpunt. Sommigen stellen hun vlucht daardoor uit, met alle gevolgen van dien.”

Onlangs nog stonden in Tongeren 150 paar schoenen uitgestald, symbool voor het aantal vrouwen dat jaarlijks het leven laat door huiselijk geweld. Bij onze noorderburen hopen ze daar nu iets aan te verhelpen, met het initiatief ‘Blijf van mijn dier’. Bedreigde huisdieren van vrouwen op de vlucht krijgen een gastgezin toegewezen, zodat ook zij een veilig onderkomen vinden.

Wees op je hoede, dokter

Dierenmishandeling vaststellen, het is geen simpele klus. Dieren praten niet en hun vacht verdoezelt vaak de blauwe plekken. Vandaar dat beroepsverenigingen SAVAB en VDWE nu sterk willen inzetten op sensibilisering. De Vlaamse organisatie haalde hiervoor de mosterd bij de Britse collega’s van Links, een initiatief dat dierenartsen ondersteunt om te durven ingrijpen als baasjes over de schreef gaan. Tip van de Britten: ‘Steekt een klant een warrig, onsamenhangend verhaal af? Wees dan al maar op je hoede, dokter.’

Dichter bij huis, in Nederland, gingen ze begin dit jaar nóg een stap verder, met de oprichting van het Landelijk Expertisecentrum Dierenmishandeling (LED). Een geslagen hond of een toegetakelde kat? Dierenartsen kunnen er hun verdachte gevallen voorleggen aan een team van experts. Via de website kunnen ze hun verhaal en röntgenfoto’s uploaden. Deskundigen, onder wie ook forensisch artsen, vellen binnen de 48 uur een oordeel, waarmee dierenartsen gesterkt naar de politie kunnen stappen.

Die kan dan, op haar beurt, “tot voorbij de voordeur kijken, om na te gaan of er ook sprake is van huiselijk geweld”, vertelt Nienke Endenburg, coördinator bij het expertisecentrum en psycholoog aan de faculteit diergeneeskunde (universiteit van Utrecht).

Het centrum doet in de eerste plaats ook aan bewustwording, duidt Endenburg. “Heel wat dierenartsen gaan er nog van uit dat een mishandeld dier niet tot bij de dokter geraakt. Dat is een grove misvatting. Zij komen net zo vaak bij de arts als andere dieren. Het lastige is wel: baasjes van een mishandeld dier hebben niet één dierenarts, ze bezoeken er wel vijf. Iedere keer weer gaan ze naar een andere. Want als je daar elke maand opnieuw bij dezelfde dokter staat - de ene keer voor een gebroken poot, de andere keer voor een paar kapotte ribbetjes - dan begint het pas op te vallen.”

Het LED, dat momenteel een pilootjaar draait, staat vanaf volgend jaar voor alle Nederlandse dierenartsen open. Tot nog toe kreeg het centrum 20 meldingen binnen van de 25 dierendokters die al mee op het project zitten. In de helft van de gevallen ging het effectief om mishandeling.

”Geweld op huisdieren vloeit vaak voort uit frustratie”, weet Nienke Endenburg. “Mensen komen thuis na een vervelende dag op kantoor, alles zit tegen, de hond komt hen kwispelend begroeten en ze gaan er helemaal op los. Velen hebben achteraf enorme spijt, maar anderen helemaal niet. In dat laatste geval is het risico op herhaling erg groot. Het mechanisme daarachter is vergelijkbaar met dat van huiselijk geweld: ‘Jij bent afhankelijk van mij, ik kan dit met jou doen’.”

Knelpunt

Het expertisecentrum kreeg intussen al heel wat mails binnen van buitenlandse dierenartsen, met de vraag of zij mee kunnen instappen. Ook Vlaamse dierenartsen lopen er warm voor, onder wie Christine Halsberghe: “Mijn grote probleem is: ik heb het gevoel dat ik in mijn praktijk soms dingen over het hoofd heb gezien. Baasjes die me vertellen: ‘Mijn kat is van de trap gevallen en heeft haar poot gebroken.’ Maar een kat die van de trap valt, breekt in principe niks. Dat is een dier dat erg makkelijk een val verwerkt.

”Dan denk je: ‘Oei, dat is nu toch een bizar verhaal, maar je wilt die mensen ook niet onnodig beschuldigen. Vaak ligt daar het grote knelpunt. De ondersteuning om dat goed onderbouwd aan te kaarten, zoals ze nu in Nederland en Groot-Brittannië hebben, die missen wij nog.”

Varen we er wel bij om een soortgelijk centrum in het leven te roepen? Of om, tenminste, onze krachten te bundelen? Jawel, meent ook GAIA-kopstuk Michel Vandenbosch. “Wie het goed voorheeft met de toekomst van onze samenleving, kan dat voorbeeld maar beter volgen. Kwestie van dierenmishandeling zeker niet met de mantel der liefde te bedekken, zoals nu nog te vaak gebeurt. En om de zaken niet te laten ontaarden tot een niveau waarop het al te laat is.

”Neem nu die onverlaat die de kat Sprotje zo mishandelde. Als je onvoldoende het signaal geeft dat zoiets niet kan, komt de dag waarop zo’n kerel niet langer genoeg kicks haalt uit het mishandelen van dieren. Dan dreigt het gevaar dat hij een volgende stap zet: naar mensen.”

Emotionele oprispingen

De politiek kijkt voorlopig de kat uit de boom. Vlaams minister voor Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) laat weten dat hij “initiatieven die dierenmishandelaars opsporen enkel kan toejuichen”, maar hij “wacht nog meer wetenschappelijke onderbouwing en bevindingen af”. Wel benadrukt hij dat “de inspecteurs dierenwelzijn de sociale diensten of politie verwittigen als ze ook problemen vaststellen binnen het gezin”.

Daarnaast gaat binnenkort de nieuwe Dierenwelzijnswet van kracht. Die verdrievoudigt de maximumstraf voor hardleerse dierenmishandelaars: van 6 naar 18 maanden celstraf. Wie nu nog in de fout gaat, riskeert dus een effectieve gevangenisstraf. “Wie niet horen wil, zal voelen”, liet minister Weyts daarover eerder al optekenen. Krachtige taal was dat.

Té krachtig, volgens dierenarts Christine Halsberghe. “De minister heeft de mond vol over ‘dierenbeulen’ straffen. Maar misschien moet je maar 10 procent van die daders echt straffen, en moeten we die overige 90 procent vooral helpen. Dat is een belangrijk verschil.

”Kijk naar huisvesting voor dieren: daar zijn niet eens vastgepinde criteria over. Zo staat er geen limiet op het aantal huisdieren dat je mag houden. Ik heb een klant, een lieve dame, met een dertigtal katten. Telkens als ik haar zie, komt ze met een katje dat bijna terminaal is. Dan moet ik alle mogelijke kosten doen om dat dier te redden, meestal tevergeefs. Als ik haar aanspreek over sterilisatie of castratie, komt ze maandenlang niet meer opdagen. Echt frustrerend. Dat is geen mishandeling, maar het is wel een vorm van verwaarlozing. Niet evident om aan te pakken.”

Vaak gebeurt verwaarlozing uit onwetendheid, meent Frank Gasthuys, decaan aan de faculteit diergeneeskunde van de UGent. “Zoals baasjes die niet beseffen dat ze met een hond moeten gaan wandelen. Dan denk je: ‘Oei, wat is dat hier?’ Verwaarlozing is ook makkelijker te detecteren dan mishandeling. Hoe dan ook, we geven het onze studenten met de paplepel in: is het nodig, contacteer dan de dienst dierenwelzijn.

”Maar je moet natuurlijk geen spijkers op laag water zoeken. Niet elke hond met een gebroken poot kreeg een schop. Inspecteurs horen ook weleens ongegronde klachten. Denk aan een shetlandpony die ‘s winters met een laag sneeuw op zijn rug in de wei staat. Sommige mensen steigeren dan al: mishandeling! Maar weet je wel hoe koud het kan zijn in Schotland? Zo’n pony kan daar perfect tegen. Dat zijn emotionele klachten, omdat we dieren zo sterk zijn beginnen te vermenselijken. Misschien slaan we daar toch een beetje in door. Al kunnen sommige zaken uiteraard niet door de beugel.”

Christine Halsberghe: “Ik heb zo een aantal klanten die hun huisdieren verwaarlozen: als ik daar binnenkom, val ik omver van de ammoniakgeur. De uitwerpselen van hun dieren blijven er veel te lang liggen. Dat is amper leefbaar. Dan schrik je: er wonen hier ook kinderen. Zoiets kan en mag eigenlijk niet. Je staat met je rug tegen de muur.”

Schulden en stoornissen

Michel Vandenbosch werkte nog bij de dierenbescherming in Brussel toen hij het met lede ogen aanzag. “In een huis in Laken ging ik Afghaanse windhonden ophalen. Een aantal waren al dood, de andere meer dood dan levend. Maar de politie heeft daar toen ook zwaar verwaarloosde kinderen uit dat huis gehaald. Dat was vreselijk tragisch. Om maar te zeggen: loopt er iets fout met de dieren, dan kan dat een aanwijzing zijn dat er ook iets verkeerd zit met de kinderen. Niet altijd, maar toch. Het is bijzonder onrustwekkend dat wij daar onvoldoende oog voor hebben. Zowel de politiek als het gerecht.”

Dat er een link bestaat tussen geweld tegen dieren en geweld tegen mensen was voor de Britse filosoof John Locke in de 17de eeuw al zo klaar als een klontje. Ook latere wetenschappers onderschreven die visie en spraken van de ‘cruelty link’. Zo is van bekende Amerikaanse seriemoordenaars en -verkrachters, onder wie Ted Bundy, geweten dat ze in hun jeugd begonnen met het afranselen van dieren, om dan later over te schakelen op mensen. Dezelfde dynamiek als bij de ‘paardenbeul van Twente’, een Nederlandse psychopaat die pas werd gevat nadat hij een moord had gepleegd.

Al tonen onze geschiedenisboeken ook andere voorbeelden, zo signaleert Kayleigh Casier in haar masterscriptie aan de UGent uit 2012. “Je hebt ook massamoordenaars die zichzelf als een grote dierenvriend beschouwen. Kijk maar naar nazi-kopstukken Adolf Hitler en Hermann Göring, die voorvechters waren van dierenrechten.”

Bovendien, zo benadrukt Nederlands criminoloog Anton van Wijk nog: “Je kunt niet stellen dat er bij de cruelty link een causaal verband is. Niet alle kinderen die mieren verbranden, groeien uit tot seriemoordenaars. Soms gaat het bij die jongeren ook over experimenteergedrag of groepsdynamiek.” Denk aan het ophefmakende voorval onlangs in Leuven, toen een groep jongens aan het voetballen was met twee katjes, waarbij één kitten het leven liet.

Nog zo’n verhaal waar je haren van gaan rechtstaan: een jongetje van acht verdrinkt zijn katjes in de vijver. Zijn moeder spreekt hem er niet op aan, doet alsof haar neus bloedt. Maar door een klacht van de buren komt de politie erbij. Gevraagd waarom ze niet ingegrepen heeft, blijft de moeder ontkennen dat er ook maar iets is gebeurd. Van Wijk: “Dan krijg je toch al een idee van het thuismilieu waarin dit kind opgroeit. Wat voor voorbeelden heeft dit jongetje al gezien? Dan maak je toch de bedenking: jeetje, zo jong. Hoe zorgwekkend is dit nu? Is dit uit de hand gelopen experimenteergedrag of is het toch een duidelijk risicosignaal: als nu we niks doen, dan gaat het later verkeerd?”

Deze zaak was een van de negentig politiedossiers die Anton van Wijk, verbonden aan het criminologisch onderzoeksbureau Beke, uitploos om daderprofielen op te stellen. Goed voor het allereerste Nederlandse wetenschappelijke onderzoek naar dierenmishandeling.

Eerder dit jaar publiceerde hij zijn bevindingen in het Journal of Investigative Psychology and Offender Profiling. Van Wijk zette er de kenmerken van 97 daders op een rij. Velen hadden schulden, een kwart kampte met een psychische stoornis en ruim een op de vijf had al geweld gebruikt. In 10 procent van de gevallen bleek er ook sprake van huiselijk geweld. Een beduidend lager cijfer dan in Amerikaanse studies, die soms van 70 procent spreken, maar het Nederlandse onderzoek omvatte dan ook heel wat alleenstaanden - “wat meteen ook een ander type dader in beeld brengt”.

Zware job

De daderprofielen variëren sterk, zo blijkt: mannen en vrouwen, zowel jong (8 jaar) als oud (78 jaar). Al is het merendeel tussen de 35 en 40 jaar. Van Wijk: “Je hebt niet één type dader. Maar wat ze wel als gemene deler hebben, is hun gebrek aan empathie. Ze zien dieren niet als een levend wezen, maar als een ding. Een ding waarop je je kunt afreageren.

”Een vrouw die haar puppy’s overrijdt, jongeren die in groep dieren mismeesteren, een bejaarde die zijn hond aftroeft. Het is van een andere slag dan de alleenstaande veertiger met een mooie job die zijn huisdier slaat. De motieven, de omstandigheden, dat verschilt bij al die subgroepen.”

Toch heeft Van Wijk naar eigen zeggen nog altijd niet alle dadertypes in kaart. Door samen te werken met het LED, het nieuwe Nederlandse expertisecentrum, hoopt hij die daderprofielen nog aan te vullen. De verhalen die hem daar wachten zijn niet mals, voorspelt coördinator Nienke Endenburg. “Dag in, dag uit dat dierenleed. Het is een zware job. Er zijn dagen waarop ik het liever niet doe. Maar elk dier dat we kunnen redden en iedere mens die daardoor een beter leven heeft, dat is er weer één. Daar doe ik het voor.”

Van Wijk begrijpt wat ze bedoelt: “Ik doe onderzoek naar ernstige delicten: moord, verkrachting. Maar op de een of andere manier kan ik dat beter verteren dan dierenmishandeling. Dat wekt zoveel weerzin. Een kat in de oven, in de wasmachine. Wat je kunt bedenken, dat gebeurt. En nog veel erger.”

Heeft hij zelf huisdieren? “Ik heb honden. (lange stilte) En nee, ik mishandel ze niet, als dat je volgende vraag is. (schatert) Maar ik ben weleens boos op ze.”

Michel Vandenbosch zag zo eens een man die boos werd op zijn hond. “Dat was op straat, in de verte kwam een baasje aangewandeld met zijn hond. Tot die hond ineens koppig bleef staan. Dat was niet naar de zin van die man. Hij probeerde zijn hond vooruit te sleuren, maar het dier weigerde. Ik zag het baasje aanstalten maken om zijn hond te slaan, hij zwaaide zijn arm al de lucht in. Maar net op het moment dat hij ging toeslaan, kreeg die man mij in het vizier en begon hij braafjes zijn hond te strelen. Zelf ben ik dus ook een efficiënte methode om mishandeling te voorkomen. (lacht) Maar ik kan natuurlijk niet overal tegelijk zijn. Misschien niet slecht om het eindelijk wat structureler aan te pakken.”

Copyright © 2018 De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden