Beroepsgeheim: de dierenarts

26-03-2018

Van een dronken chihuahua tot iemand die zijn broek uittrok omdat hij dacht bij de gewone huisarts te zijn: elke dag is voor de dierenarts anders. Soms regelrecht ontroerend: ‘Ooit heb ik een cliënt gehad die zijn auto verkocht om zijn hond te redden.’

 

‘Wie hier zit omdat hij van dieren houdt, mag nu vertrekken. Dat zei de prof op de eerste dag van de opleiding tot dierenarts. Grappig destijds, maar al snel ontdekte ik dat die prof gelijk had: alleen maar graag dieren zien, volstaat niet. Het is een prachtig beroep, maar lang niet zo romantisch als het vaak wordt voorgesteld. Als het werk erop zit, zit ik hier op mijn knieën kots, pis en stront op te kuisen. Dat zie je niet op televisie.’
‘Ik ben nu vijftien jaar dierenarts, waarvan tien jaar zelfstandig in een praktijk met nog twee anderen. We behandelen honden, katten, konijnen en hier en daar eens een vogel. Gezelschapsdieren. Ik werd dierenarts omdat ik gefascineerd was door geneeskunde en wetenschap, en uiteraard omdat ik toen al begaan was met dieren. Later kwam daar nog een derde drijfveer bovenop: de maatschappelijke rol die gezelschapsdieren spelen. Kinderen die opgroeien met dieren in huis zijn socialer en minder vatbaar voor ziektes. En dankzij hun hond komen 75-plussers met regelmaat de deur uit.’

De rest van het artikel lees je op de site van De Standaard.